Faalangst? Gas erop!

Faalangst? Ik ben er zelf expert in. Op school was ik faalangstig bij examens of proefwerken, op het podium als zangeres en ook tijdens mijn opleidingen en oja, ook tijdens motorrijles. Ik kon volledig blokkeren of op de vlucht slaan en afzeggen. Ik weet precies hoe het voelt. Hoe fijn dat ik deze ervaringen en het overwinnen ervan nu kan meenemen in mijn werk als stem- en presentatiecoach, waarbij ik performers, presentatoren, zangers en sprekers help excelleren en deze angst overwinnen. Gas geven op de dingen die je niet durft maar wel graag zou willen durven! Daar vertel ik je in dit artikel meer over. 

Als we bang of nerveus zijn ervaren we veel spanning in ons lichaam. Onze adem kruipt omhoog, we worden kortademig, onze stem blokkeert en we bewegen nauwelijks meer. We raken in ‘freeze’. UIT de zintuigelijke beleving. Omdat we liever niet voelen wat we dan voelen. En nog een stap verder; we willen het liefst vluchten. Weglopen. Blijkbaar zijn we dan liever bereid onze eigen – bekende – negatieve gedachten over onszelf te bevestigen dan dat we buiten onze comfortzone stappen en iets totaal nieuws ervaren dat onbekend is en zou kunnen mislukken.

Al deze ervaringen zijn vanuit ons reptielbrein heel verklaarbaar, zoals uitgelegd in het boek ‘The happiness Trap van Russ Harris.

Maar ja, hoe verklaarbaar ook: daar heb je op de momenten dat je wilt presteren weinig aan. Waar heb je dan wél wat aan op het moment dat je overvallen wordt door deze sensatie? Allereerst is het goed te weten dat er twee belangrijke varianten zijn: actieve en passieve faalangst. Daarover vertelt Russ Harris het volgende:

Actieve faalangst uit zich in: hard werken, gewaardeerd worden door collega’s of docenten vanwege je werkhouding. De faalangst is vanwege het harde werken weinig merkbaar. Maar de inspanning is enorm. Er worden vele uren gewerkt, ontspanning wordt opgeofferd en men conformeert zich dermate aan de omgeving dat men moeilijk tot eigen creativiteit en standpunten komt. Mensen met actieve faalangst controleren zich frequent, soms tot het dwangmatige toe’. ‘Passieve faalangst uit zich in het tegenovergestelde gedrag; weinig voorbereiden, veel ontspannen. Er wordt slordig, vermijdend en oppervlakkig gewerkt. Hindernissen worden vooruit geschoven. Deze mensen durven vaak de controle van huis kennispeil niet aan. Inspanning wordt ervaren als een tweesnijdend zwaard (Covington, 1992). Hoe meer men zich inspant, hoe meer een mislukking een uitspraak toelaat over de capaciteiten. Lui genoemd worden is minder bedreigend dan dom zijn in de ogen van de omgeving.’ In beide gevallen zien we compensatiegedrag, waarbij de eerste, actieve, in ieder geval meer succes ervaring opdoet dan de tweede vanwege de bereidheid om de situatie aan te gaan.

En in die bereidheid zit ‘m de oplossing; ben je bereid om ondanks je faalangst het initiatief te nemen en de situatie aan te gaan? Met alle negatieve gedachten en gevoelens over jezelf op de koop toe? Ja? Dan kunnen de volgende stappen (4 van Harris, 2 van mij) je helpen. Ik zal ze doornemen met mijn angst om weer op de motor te stappen als voorbeeld.

  1. Overwin je gebrek aan initiatief door alle gedachten, gevoelens, sensaties en impulsen op te schrijven die je tegen zou kunnen komen als je je doel wilt bereiken. Mijn gedachten die ik opschreef? Het is te gevaarlijk, ik ben te onhandig, ik heb toch geen tijd. Mijn gevoelens? angst. Mijn sensaties? bonkend hart, knoop in mijn maag, bibberende knieën. Impulsen? afspraak te gaan rijden afzeggen, heel lang blijven dralen voordat ik op de motor stap. Door dit op te schrijven voorkwam ik dat ik deze gedachten en impulsen niet zou herkennen en er naar zou gaan luisteren.
  2. Vervolgens schrijf je op met welke van deze gedachten, gevoelens, sensaties en impulsen je niet overweg zou kunnen. Analyseer of ze realistisch zijn en vraag je af wat er erg aan is als je ze voelt en ervaart. Vraag je af of het resultaat het waard is deze gevoelens en gedachten te hebben. Mijn analyse: ja, ik kan deze gevoelens en gedachten wel aan; ik ken ze inmiddels. Ik mag ze hebben. Ze horen er bij!
  3. Breek je einddoel op in subdoelen. Welke subdoelen zou je willen behalen in één dag, of zelfs één minuut? Mijn subdoelen; op de motor stappen, starten, een paar meter rijden, een bocht maken, net zo hard rijden als het overige verkeer, een eerste keer iemand inhalen, etc. Deze subdoelen maakten het makkelijk om succes te hebben. Opstappen en starten was sowieso haalbaar:-) en de rest zou ik stap voor stap – rustig aan – doen.
  4. Schrijf dan op wat behulpzaam kan zijn als je er veel last van hebt, welke motivatie jou door de moeilijke momenten heen helpt. Mijn helpende gedachten; elke kleine stap is er één. Het hoeft niet meteen te lukken. Als ik samen met mijn vrienden tochtjes kan maken geeft dat ons samen heel veel plezier. Als ik nog 10 jaar wacht durf ik het helemaal niet meer. Nu is mijn kans, nu kan ik het nog doen. Als ik oud ben krijg ik meer spijt van alle dingen die ik niet heb geprobeerd dan van de dingen die ik wel heb geprobeerd.
  5. Ben je eenmaal bezig en word je overvallen door gevoelens en sensaties; gebruik dan alle zintuigen die je in je hebt om te blijven op de plaats waar je bent. In het hier en nu. Kijk waar je bent, snuif de lucht op, benoem de kleuren, zeg hardop wat er speelt en ga verder. Door in je zintuigelijke beleving te blijven deblokkeer je de boel weer. Dissociatie wordt weer associatie.
  6. De aanhouder wint. J.K.Rowling had pas beet na bezoek aan de 13e uitgever. Ford kreeg z’n slim bedachte veren ook niet direct aan de man. En elke topsporter kan vertellen dat zij of hij heel vaak moest vallen en weer opstaan. De quote van mijn zoon Casper is mijn laatste tip : ‘ Mam, mensen die iets hebben bereikt zijn er niet beter in dan wij. Ze hebben het alleen maar veel langer volgehouden.’

(Wat je nog meer kunt doen als je tijdens je presentatie, praatje of pitch blokkeert? Daarover schrijf ik in hoofdstuk 13 van mijn boek ‘Vijftig tinten hees’ dat op 15 oktober aanstaande verschijnt. En dit keer niet alleen in paperback maar ook als luisterboek verkrijgbaar.)

Dus afgelopen zondag heb ik, na aanvankelijk met knikkende knieën te zijn opgestapt, uiteindelijk heerlijk een dagje getoerd met de motor. Al met al 250 kilometer.

Wanneer mag ik weer?